Zorg dat je een schilderdoek, een spatel en structuurpasta met een fijne korrel bij de hand hebt. Dek je werkblad af en zorg dat je wat water bij de hand hebt om de spatel schoon te maken. Zo blijft de structuurpasta soepel en kun je de reliëfstructuur later netjes uitwerken.
1. Breng een basislaag aan met de ' structuurpasta '
Breng met de spatel een eerste, dunne laag structuurpasta aan op het doek. Deze laag is je basis: hij zorgt voor een gelijkmatig, licht reliëfachtig oppervlak en helpt ervoor te zorgen dat de latere vleugels plastisch overkomen. Strijk de pasta in rustige bewegingen uit en laat alles goed drogen.
2. De vleugelvorm modelleren
Breng nu opnieuw structuurpasta aan op het oppervlak en smeer het zo uit dat er twee spiegelbeeldige vleugels ontstaan. Werk vanuit het denkbeeldige midden naar buiten toe, zodat de vorm harmonieus overkomt en de tussenruimte als een subtiel ‘lichtkanaal’ blijft. Voor het typische veer-effect trek je met de rand van de spatel korte, licht schuine groefjes in de nog vochtige pasta. Door de fijne korrel ontstaan er heldere, maar niet te harde structuren – ideaal voor beginners. Laat het model daarna volledig drogen.